Monostore
Member of Bio-Dynamics Group

MONOSTORE

Carlsonstraat 17
(NL) 8263 CA - KAMPEN

+31 38 3370700
info@monostore.com

Contact Downloads Actualiteit
Actua
Postdate: 14/09/2026

Veilig mest mixen: mestgassen en uw opslag

Mest mixen is het moment waarop een opslag die het hele jaar niets doet, ineens gevaarlijk wordt. Stigas stelt het onomwonden: door pieken in de concentratie kunnen binnen enkele seconden dodelijke situaties voor mens en dier ontstaan. De regels zijn concreet — windkracht 3 of hoger, temperatuur onder 28 graden, dieren vast of buiten, alles open voordat u begint. Wat minder vaak wordt gezegd: waár uw mest ligt opgeslagen, bepaalt hoe groot dat risico überhaupt is.

Groot roerwerk met propeller dat met een kraan door de wand van een betonnen opslagtank wordt gemonteerd
Een roerwerk gaat dwars door de wand. Die doorvoer moet net zo lekdicht zijn als het beton eromheen.
In het kort

  • Mestgassen zijn vooral zwavelwaterstof, ammoniak en methaan; ze verdringen zuurstof en kunnen binnen seconden dodelijk zijn
  • Stigas: mix alleen bij windkracht 3 of hoger en bij een temperatuur onder 28 graden
  • Zet alles open vóór u begint en ventileer door tot het werk klaar is
  • Mix alleen wanneer de dieren vaststaan aan het voerhek of buiten lopen
  • Mix minimaal twee keer per maand: een dikke korst die in één keer wordt gebroken, geeft de grootste piek

Waarom juist het mixen het gevaarlijke moment is

In rustende drijfmest zitten gassen opgesloten onder de drijflaag. Zolang die laag intact blijft, komt er weinig vrij. Op het moment dat een roerwerk de mest in beweging brengt, breekt die laag en komt het opgeslagen gas in korte tijd naar buiten. Dat is geen geleidelijke stijging van de concentratie maar een piek.

Zwavelwaterstof is daarbij het gevaarlijkst, ook omdat het reukvermogen bij hogere concentraties uitvalt: juist wanneer het gevaarlijk wordt, ruikt u het niet meer. Ammoniak en methaan spelen eveneens mee, en alle drie verdringen ze zuurstof. Stigas noemt daarnaast de mogelijke aanwezigheid van blauwzuurgas.

Het voorspelbare aan al deze ongevallen is dat ze zelden gebeuren bij iemand die de mest voor het eerst mixt. Ze gebeuren bij iemand die het al honderd keer heeft gedaan zonder dat er iets misging.

De regels die Stigas voorschrijft

De arbocatalogus voor melkvee en graasdieren geeft een korte, controleerbare lijst. Deze vijf punten zijn geen aanbevelingen maar de werkwijze:

  1. Windkracht 3 of hoger. Bij windstil weer blijft het gas hangen op de plek waar het vrijkomt.
  2. Temperatuur onder 28 graden. Warmere mest geeft meer gas af.
  3. Zet alles open voordat u begint met mixen, en houd de ventilatie aan tot het werk klaar is — niet tot het mixen klaar is.
  4. Mix alleen als de dieren vaststaan aan het voerhek of buiten lopen. Vee dat kan gaan liggen, zakt in de zone waar het zwaardere gas zich verzamelt.
  5. Mix minimaal twee keer per maand. Hoe langer u wacht, hoe dikker de korst en hoe groter de piek bij het breken ervan.

Dat laatste punt is het meest onderschatte. Vaker mixen voelt als extra werk en extra risico, maar het is het omgekeerde: het verdeelt de gasafgifte over meer, kleinere momenten in plaats van één groot.

Wat uw opslag hiermee te maken heeft

Het grootste verschil in risico zit niet in de werkwijze maar in de plek. Mest die onder de stal ligt, wordt gemixt in een ruimte waar dieren staan en waar het gas niet vrij kan wegtrekken. Mest in een bovengrondse silo buiten de stal wordt gemixt in de open lucht, op afstand van mens en dier, met de wind als ventilatie.

Dat is een van de redenen waarom nieuwe opslagcapaciteit vrijwel altijd bovengronds terechtkomt en niet als extra keldervolume. De afweging tussen beide staat uitgewerkt in mestkelder of bovengrondse mestsilo. Veiligheid bij het mixen is daarin een argument dat zelden expliciet wordt gemaakt, terwijl het het zwaarste weegt.

Wie kelder en silo combineert, verplaatst bovendien de frequentie: de kelder wordt vaker leeggehaald en hoeft minder lang te bufferen, waardoor er minder korstvorming optreedt op de plek waar de dieren staan.

De doorvoer: waar het roerwerk de wand raakt

Een vast opgesteld roerwerk gaat door de wand heen. Artikel 4.858 van het Besluit activiteiten leefomgeving is daar expliciet over: de opslag moet lekdicht zijn, inclusief de aansluitpunten van vul-, aftap- én roerleidingen. De doorvoer is dus geen accessoire maar onderdeel van de wettelijke eis.

Bij een ter plaatse gestorte wand wordt die doorvoer meegestort: de sparing zit in de bekisting, het beton sluit er in één gang omheen en er is geen naad tussen twee elementen die toevallig ter plaatse van de doorvoer samenkomt. Bij een gefaseerde opbouw is de doorvoer een detail dat in of naast een voeg moet worden ingepast, en dat is precies waar afdichtingsmiddelen het eerst veroudering vertonen. Wat dat structureel betekent, leest u in lekdicht volgens artikel 4.858.

Praktisch: leg bij het ontwerp vast waar het roerwerk komt, welke doorsnede de doorvoer krijgt en of er later een tweede mixpunt bij moet kunnen. Achteraf boren in een gewapende wand van een gevulde silo is geen optie.

Afdekking en gasophoping

Een afdekking beperkt emissie en houdt regenwater buiten de opslag. Tegelijk creëert ze een afgesloten ruimte boven de mest waarin gas zich kan verzamelen. Dat is geen reden om niet af te dekken — de emissiewinst is aanzienlijk en vaak verplicht — maar wel een reden om de afdekking en het mixregime samen te ontwerpen in plaats van los van elkaar.

Bespreek daarom bij de keuze van de afdekking uitdrukkelijk: waar zitten de ventilatie-openingen, hoe wordt de ruimte onder de afdekking geventileerd voordat er gemixt wordt, en is de constructie berekend op de belasting die de gekozen afdekking meebrengt. Welke afdekkingen in aanmerking komen en wat verplicht is, staat in mestsilo afdekken: wat is verplicht.

Wat u vastlegt

  1. Zet de vijf mixregels op papier en hang ze op de plek waar het roerwerk wordt bediend, niet in een map in het kantoor.
  2. Leg een vaste mixfrequentie vast van minimaal twee keer per maand en houd u eraan, ook in drukke periodes.
  3. Bepaal bij het ontwerp de positie en het aantal mixpunten, inclusief een eventuele tweede doorvoer voor later.
  4. Vraag hoe de doorvoer wordt uitgevoerd: meegestort in de wand, of ingepast bij een voeg.
  5. Behandel afdekking en mixprocedure als één ontwerpvraag, niet als twee losse beslissingen.
  6. Werk nooit alleen bij werkzaamheden aan of in de buurt van een mestopslag tijdens het mixen.

Kort samengevat

Mixen is het moment waarop mestgassen in korte tijd vrijkomen, en de regels ertegen zijn eenvoudig en concreet: windkracht 3 of hoger, onder 28 graden, alles open, dieren vast of buiten, en minstens twee keer per maand mixen zodat de piek nooit groot wordt. Wat u daarnaast kunt sturen, is de plek: bovengronds mixen in de open lucht is een andere handeling dan mixen onder een stal. En de doorvoer waar het roerwerk door de wand gaat, valt onder dezelfde lekdichtheidseis als de wand zelf.

Meer over de opbouw, de doorvoeren en de mogelijke maten leest u op de pagina over de betonnen mestsilo. Voor uw eigen situatie: neem contact op.

Mixpunten meteen goed inplannen

Vertel ons welk roerwerk u gebruikt of overweegt en hoe uw erf is ingedeeld. Wij nemen de doorvoeren en hun positie mee in het ontwerp van de silo.

Bespreek uw opzet

Deze tekst geeft de hoofdlijn van de geldende voorschriften en veiligheidsrichtlijnen weer en is geen arbo- of juridisch advies. Voor uw specifieke situatie geldt wat uw bevoegd gezag en uw arbocatalogus voorschrijven.