Monostore
Member of Bio-Dynamics Group

MONOSTORE

Carlsonstraat 17
(NL) 8263 CA - KAMPEN

+31 38 3370700
info@monostore.com

Contact Downloads Actualiteit
Actua
Postdate: 31/08/2026

Mestsilo afdekken: wat is verplicht en welke afdekking past?

Een mestbassin moet afgedekt zijn. Dat staat sinds de Omgevingswet in artikel 4.859 van het Besluit activiteiten leefomgeving, en het is geen vrijblijvende aanbeveling: de afdekking moet de ammoniakemissie beperken. Een strokorst voldoet daar niet aan. U kiest dus tussen een constructieve afdekking en een drijvende afdekking — en die keuze maakt u het best al vóór de wand er staat.

Afgedekte betonnen mestsilo van Monostore
Een afgedekte mestsilo. De afdekking is onderdeel van het ontwerp, niet iets wat er achteraf bij komt.
In het kort

  • Afdekken is verplicht: artikel 4.859 van het Besluit activiteiten leefomgeving
  • Toegestaan is een constructieve voorziening (dak of kap) of een drijvende voorziening
  • Een strokorst voldoet niet — die is niet dampdicht voor ammoniak
  • Ventilatie mag: ca. 200 cm² bij een vaste afdekking, ca. 40 cm² per 50 m² bij een drijvende
  • In Wallonië rekent het PGDA 220 liter per m² neerslag bij een niet-overdekte opslag

Wat de regelgeving precies vraagt

Het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin is geregeld in paragraaf 4.86 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Artikel 4.859 verplicht u het bassin af te dekken om de emissie van ammoniak te beperken. De regelgeving onderscheidt twee soorten voorzieningen:

  • Een constructieve voorziening — een dak of een kap over de silo.
  • Een drijvende voorziening — een afdekking die op de mest zelf drijft.

Een natuurlijke of aangebrachte strokorst telt uitdrukkelijk niet mee, omdat die niet dampdicht is voor ammoniak. Wie daarop rekent, heeft formeel geen afdekking.

Dicht, maar niet luchtdicht

Een afdekking moet gas kunnen laten ontsnappen, anders bouwt er druk op onder de afdekking. De regelgeving laat daarom beperkte openingen toe. De orde van grootte:

  • Bij een vaste afdekking: samen ongeveer 200 cm² aan ventilatieopening.
  • Bij een drijvende afdekking: ongeveer 40 cm² per 50 m² oppervlak.
  • Bij een afdekking die uit delen bestaat: ruwweg 2% van het oppervlak mag onafgedekt blijven.
  • Een drijvende afdekking moet tot op ongeveer 15 cm van de wand aansluiten. Volledig dicht hoeft ze niet te zijn.

Die laatste eis is de reden waarom de wand ertoe doet. Een drijvende afdekking sluit aan op de binnenzijde van de wand over de volledige omtrek. Hoe maatvaster en gladder die omtrek is, hoe eenvoudiger die aansluiting te maken en te houden is.

Afdekken scheelt u opslagvolume

Er zit een tweede reden achter het afdekken die zelden wordt genoemd: regenwater. Een onafgedekte opslag vangt neerslag op, en die neerslag telt mee als inhoud. In Wallonië is dat zelfs expliciet in de regelgeving verwerkt — het PGDA rekent bij een niet-overdekte opslag 220 liter per m² bovenop de vereiste zes maanden opslagcapaciteit.

Anders gezegd: een afdekking is niet alleen een emissiemaatregel, ze verkleint ook het volume dat u moet bouwen. Bij een silo met een groot horizontaal oppervlak loopt dat op. Reken dat mee wanneer u de benodigde opslagcapaciteit berekent.

Constructief of drijvend: waar het op vastloopt

Een constructieve afdekking — een spankap of een vast dak — legt belasting op de bovenrand van de wand. Wind, sneeuw en het eigen gewicht komen op de kroon van de silo terecht. Dat is geen probleem, op één voorwaarde: het moet vanaf het begin in het ontwerp zitten. Een wand die is berekend op vloeistofdruk alleen, is niet zonder meer berekend op een oplegging bovenaan.

Bij een ter plaatse gestorte wand is dat eenvoudig op te lossen, omdat de wapening en de wanddikte per project worden bepaald. De opleggingen worden meegestort in plaats van er achteraf op geboord. Bij een silo die uit voorgevormde elementen bestaat, is de bovenrand een gegeven en moet de afdekking zich daarnaar schikken.

Een drijvende afdekking legt geen belasting op de constructie, maar stelt hogere eisen aan de rondheid en de gladheid van de binnenwand. Ook daar geldt: een in één doorgaande gietgang opgetrokken wand heeft geen verticale voegen waar een drijvende afdekking langs moet passeren.

Waar u op let bij een bestaande silo

  1. Weet welk type afdekking u heeft en of het als afdekking telt. Een korst is geen afdekking in de zin van de regelgeving.
  2. Controleer de aansluiting op de wand. Bij een drijvende afdekking is de rand het punt waar het misgaat, niet het midden.
  3. Kijk naar de strook net boven het vloeistofniveau. Dat is de zone waar de gasfase het beton en de afdekking het zwaarst belast.
  4. Houd de ventilatieopeningen vrij. Een dichtgeslibde ontluchting is een veiligheidsrisico, geen detail.

Kort samengevat

Afdekken is verplicht, een strokorst volstaat niet, en de afdekking bepaalt mee hoeveel volume u moet bouwen. De keuze tussen een dak en een drijvende afdekking is een constructieve keuze die thuishoort in het ontwerp van de wand, niet in de fase erna.

Meer over de opbouw, de maten en de uitvoering leest u op de pagina over de betonnen mestsilo. Wilt u weten welke afdekking bij uw situatie past, dan denken we graag mee — neem contact op.

Welke afdekking past bij uw silo?

De keuze tussen een dak en een drijvende afdekking hoort in het ontwerp van de wand, niet in de fase erna. Leg ons uw situatie voor.

Vraag advies aan

Deze tekst geeft de hoofdlijn van de regelgeving weer en is geen juridisch advies. Voor uw specifieke situatie geldt wat uw bevoegd gezag voorschrijft.