Monostore
Member of Bio-Dynamics Group

MONOSTORE

Carlsonstraat 17
(NL) 8263 CA - KAMPEN

+31 38 3370700
info@monostore.com

Contact Downloads Actualiteit
Actua
Postdate: 31/08/2026

Mestopslag in Vlaanderen: wat VLAREM II en het Mestdecreet vragen

Wie in Vlaanderen mest opslaat, heeft met twee stelsels tegelijk te maken: het Mestdecreet bepaalt hoeveel opslagcapaciteit u moet hebben, VLAREM II bepaalt hoe die opslag gebouwd en beheerd moet worden. De kern is snel gezegd. Negen maanden opslag voor dieren die permanent op stal staan, zes maanden voor dieren met weidegang, drie maanden voor vaste mest. En in een waterwingebied blijven er nog maar twee bouwwijzen over.

Betonnen mestsilo bij een stalgebouw
Een betonnen mestsilo naast de stallen. De opslagcapaciteit volgt uit het aantal dierplaatsen, niet uit de beschikbare ruimte.
In het kort

  • Negen maanden opslagcapaciteit voor dieren die permanent op stal staan
  • Zes maanden bij weidegang, drie maanden voor vaste mest
  • Basis: VLAREM II artikel 5.9.2.3, berekening volgens bijlage 5.28
  • De berekening vertrekt van dierplaatsen, niet van het aantal dieren
  • In waterwingebied zijn alleen mestkelders in gewapend beton en mestsilo’s toegelaten

Hoeveel opslag moet u hebben?

De vereiste opslagcapaciteit staat in artikel 5.9.2.3 van VLAREM II en wordt berekend volgens bijlage 5.28. De vuistregels:

  • Negen maanden voor dieren die permanent op stal staan.
  • Zes maanden voor dieren met weidegang.
  • Drie maanden voor vaste mest.

De berekening vertrekt van het aantal dierplaatsen in de stal, niet van het aantal dieren dat er op een bepaald moment staat. Dat is een belangrijk verschil bij uitbreidingsplannen: wie stalplaatsen bijbouwt, moet de opslag mee laten groeien, ook als de bezetting nog niet volledig is.

De verplichting vervalt niet als u de mest afvoert, maar u moet dat dan wel kunnen aantonen met een sluitende afzet of een geldige alternatieve opslag.

Het verschil met Nederland

Wie aan beide kanten van de grens werkt, moet met twee getallen rekenen. In Nederland geldt zeven maanden opslagcapaciteit, gekoppeld aan het uitrijverbod van augustus tot en met februari. In Vlaanderen loopt het tot negen maanden voor permanent opgestalde dieren. Een silo die in Nederland ruim bemeten is, kan in Vlaanderen krap uitvallen bij dezelfde veestapel.

Hoe u van dierenaantal naar een concrete diameter en wandhoogte komt, staat in het artikel over het berekenen van uw mestopslag. Dezelfde methode werkt, met een ander aantal maanden als vertrekpunt.

Wat VLAREM van de constructie vraagt

De eisen aan de opslag zelf zijn opvallend principieel geformuleerd. Bodem, wanden en de verbindingen daartussen moeten uitgevoerd zijn in duurzame en degelijke materialen, volgens de regels van goed vakmanschap, en onder toezicht van een architect, ingenieur of een andere erkende deskundige.

Daarnaast gelden twee harde verbodsbepalingen. Er mag geen overstort of afleidingskanaal zijn naar oppervlaktewater, riolering, regenwaterafvoer of een verliesput. En een opslag buiten de stallen moet afgesloten zijn van de buitenlucht, op ontluchtingspijpen na.

VLAREM legt ook afstandsregels op ten opzichte van waterlopen en van bewoning. Welke afstand in uw geval geldt, hangt af van de rubriek waaronder uw inrichting valt en van de ligging; dat leest u in uw omgevingsvergunning.

De strengste bepaling: waterwingebied

In een waterwingebied laat de regelgeving nog maar twee vormen van mestopslag toe: mestkelders uitgevoerd in gewapend beton volgens de Belgische of Europese normen, en mestsilo’s. Foliebassins en mestzakken vallen daar af.

Dat is de scherpste illustratie van waar deze regelgeving op stuurt. Zodra de gevolgen van een lek niet meer aanvaardbaar zijn, blijft alleen gewapend beton over. De vraag die u zich bij elke locatie mag stellen is dus niet of folie is toegestaan, maar of u de opslag wilt bouwen die ook in het strengste gebied nog zou mogen staan.

Waarom naadloos hier extra telt

De eis dat er geen enkele weg naar het oppervlaktewater of het grondwater mag bestaan, verplaatst de aandacht naar de plaats waar zo’n weg ontstaat. Bij een silo uit voorgevormde elementen is dat de verticale voeg; bij een foliebassin is het de folie zelf en de lasnaad. Beide hebben een eigen levensduur, korter dan die van het beton eromheen.

Bij een monolithische, ter plaatse gestorte silo bestaat die categorie niet: de wand komt in één doorgaande gietgang omhoog en de afdichting is het beton zelf. Er is geen apart onderdeel dat het water tegenhoudt, dus ook geen apart onderdeel dat op termijn faalt. De vergelijking tussen de drie bouwwijzen staat uitgewerkt in het artikel prefab of ter plaatse gestort.

Wat u nu verstandig doet

  1. Reken met dierplaatsen, niet met dieren. Dat is de basis van de berekening én van de controle.
  2. Kijk vooruit naar uw stalplan. Opslag die u nu net groot genoeg maakt, is bij de volgende uitbreiding te klein.
  3. Check de ligging vóór het ontwerp. Waterwingebied of niet bepaalt welke bouwwijzen overblijven.
  4. Leg de toezichtsvereiste vast. Ontwerp en uitvoering onder erkend toezicht is geen formaliteit, het is een voorschrift.

Kort samengevat

Vlaanderen vraagt meer opslagcapaciteit dan Nederland en is strenger over wat er in kwetsbaar gebied nog mag staan. Een opslag die aan de strengste variant voldoet, voldoet overal — en dat scheelt u een discussie bij elke volgende vergunning.

Meer over de opbouw en de mogelijke maten leest u op de pagina over de betonnen mestsilo. Voor een concrete berekening voor uw bedrijf: neem contact op.

Bouwt u in Vlaanderen?

Wij rekenen uw opslagcapaciteit door volgens de Vlaamse normen en houden rekening met de ligging van uw perceel.

Vraag uw berekening aan

Deze tekst geeft de hoofdlijn van de regelgeving weer en is geen juridisch advies. Voor uw specifieke situatie geldt wat uw bevoegd gezag voorschrijft.